Geert Staring v2

 

Zo vlak voor ons schuttersfeest spreken we met één van de oudst levende koningen van onze schutterij. Vorig jaar was dat Bennie Nijland, nu spreken we met de tachtigjarige Geert Staring. Geert heeft erg veel betekend voor de schutterij, en was in 1961 op 25-jarige leeftijd koning van Onderling Genoegen. ‘Eén van de jongste ooit’ weet hij zich te herinneren. 

 

Terwijl de regen met bakken uit de lucht valt, halen we aan de keukentafel herinneringen op aan de schutterij in het algemeen en zijn koningsjaar in het bijzonder. Op mijn vraag wat hem allemaal is bijgebleven van dat jaar schiet hij in de lach. ‘Praat me er niet van, daar kun je een boek mee volschrijven. Ik had lotnummer 9, we waren met 13 of 14 kandidaten. Ik vendelde toen, en we zaten bij Café Kolks aan de bar, want in de schutterstent mocht nog niet gedronken worden. Joop Willemsen kwam naar de vendeliers en zei: “er kan er makkelijk één van jullie koningsschieten”. Er werd met de vendeliers geloot wie mee ging schieten, en toen viel het lot op deze Jonas. Ik zei, oke, ik schiet mee, maar ik heb geen koningin. Toen hoorde ik een aantal dames achter me zeggen ‘dat komt wel goed, ik wil wel jouw koningin zijn. Dus ik deed mee, en ik weet nog dat Jan van den Anker na mij aan de beurt was. Op het laatst zei hij tegen mij: “Gi-j  kunt toch zo goed schieten, en nu schiet ie mis, gi-j durft hem niet te raken”. En ik zei: ‘wat denk i-j wel niet, dat ik dat ding niet veur de kloten durf te schieten’. En toen schoot ik hem eraf. De vendeliers hadden allemaal gelapt, zodat ik op kermisdinsdag de schutterij kon ontvangen, dat was toen gebruikelijk’. Op mijn vraag of hij wel blij was toen hij koning schoot antwoord Geert: ‘ergens wel en ergens niet. Ik was eigenlijk ontzettend blij, maar ik had vooral zorg hoe ze bij ons thuis zouden reageren, ik woonde toen namelijk nog thuis. En mijn ouders wisten niet eens dat ik mee schoot. Achteraf viel hun reactie wel mee maar ik heb hem wel geknepen. Toen moest ik nog een koningin hebben, en die had ik niet. Toen zei mevrouw Gerritsen, die een aantal dochters had: morgen staat er een koningin voor je klaar. En inderdaad, de volgende ochtend stond daar mijn koningin, Alie Gerritsen. Mijn moeder zei nog wel, hoe moet dat nu, je hebt niet eens een zwart pak. Dat heb ik toen geleend, een zwart pak met een slipjas en een hoed erbij. Dat kun je je nu niet meer voorstellen’. Op mijn vraag wat hem is bijgebleven van zijn jaar als koning begint hij te lachen. ‘Vooral het gildefeest’,  zegt Geert. Toen kwamen ze van het Thuvine ook dansen. Els (mijn huidige vrouw) werkte toen bij Thuvine, dus die kwam ook. Ik zag haar, danste een paar keer met haar en nondeju, de vlam sloeg over. Dus ik bracht haar rond een uur of half 12 naar huis, en in het laantje waar Wouters van den Oudeweijer woonde heb ik afscheid van haar genomen. Maar dat duurde langer dan de bedoeling was, en toen ik vervolgens weer in de zaal kwam was iedereen weg, behalve Alie en het bestuur. Ze keken me met boze ogen aan en Alie zei: dit was mijn laatste optreden als koningin. En toch was alles in dat jaar prima geregeld, je werd als koning op handen gedragen’.

 

Geert vervolgd: ‘ik ben een paar jaar geleden gestopt als functionaris. Ik weet nog dat ik op het laatst de kermisschutters in het gareel en in de maat moest houden. Dat was een opgave, maar met een beetje humor kun je veel oplossen. Ik deed het graag. En ik zorgde ervoor dat de juiste personen in de juiste koets instapten. Dat was nogal een werk, omdat wethouder Henk Nijland bleef zeuren of hij niet in de koets mocht. Voordat alles in de koets en in de auto was, was de schutterij al halfweg de nieuwe koning, en moesten wij er in draf achteraan’.

 

‘Ik heb een hele rijke carrière gehad binnen de schutterij. Ik ben vendelier geweest, kanonnier, ik heb bijna alles bij de schutterij gedaan behalve bestuurslid. Toen de schutterij ook nog de carnaval organiseerde, wilden ze hebben dat ik Prins Carnaval werd. Maar dat mocht niet van mijn moeder, volgens haar kon een koning nooit een prins worden. En in 1991, bij het 95-jarig bestaan ben ik Koning der Koningen geweest. Nu doe ik niet meer zo veel met het schuttersfeest. Ik heb tot een paar jaar geleden in de processie meegelopen, de laatste jaren ga ik kijken. Het is goed dat een jongere generatie het overneemt’.