Bron: Schuttersproat maart 2012

Het is maart 2012. Zoals gebruikelijk heeft onze voorzitter een tijdje geleden al gevraagd om weer een stukje te schrijven voor de Schuttersproat. Op zoek naar een geschikt onderwerp kijk ik natuurlijk ook even op de website van de schutterij.   

Direct springt de kreet “De jeugd heeft de toekomst” uit het scherm naar voren.  Daaronder een foto van een groep jeugdige schutters in de leeftijd van 5 tot 12 jaar. Strak in witte blouse of shirt, epauletjes op de schouders en met een houten geweer in een “passende”maat.

Wat vooral opvalt is de brede glimlach van de meeste schuttertjes in de dop. Jongens en meiden die er zin in hebben. Die het geweldig vinden om hier bij te zijn. En het mooie is. Dit is geen foto van 20 jaar geleden. Dit is een foto van 2011.Een warm gevoel komt boven. Ik zie het weer voor me. Vorig jaar, woensdagavond schuttersfeest. Voorafgaand aan de optocht werd geoefend met deze groep. En het ging “best  goed”. Het was geweldig leuk om te zien. En ze vonden het bovenal  geweldig leuk om te doen. Later tijdens de optocht zetten ze hun beste beentje voor. Niet altijd even strak, maar wel met de duidelijk aanwezige wil om het goed te doen. En dan dat prachtige moment als ze bij terugkomst de zaal in mogen marcheren. Even hun eigen “2 minutes of fame”.  

 

 

 

Hier zijn een aantal mensen binnen onze schutterij  goed bezig. Hier wordt inhoud gegeven aan de cliché-uitspraak “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”.  Hier worden jonge mensen enthousiast gemaakt om deel uit te maken van een schutterij die haar aloude waarden en tradities tot ver in de toekomst wil blijven uitdragen.

Bij de jeugd begint dat natuurlijk met een stukje uiterlijk vertoon. Deze kinderen mag je nog niet te veel vermoeien met zware deviezen zoals “Voor God, Koningin en Vaderland.” En “In Broederschap, Trouw en Dienstbaarheid”. Laten we eerlijk zijn. Deze woorden en bijbehorende waarden vertegenwoordigen weliswaar de grondslag voor he bestaan van de schutterijen. De gemiddelde schutter is er niet echt mee bezig. 

Het begint voor deze jonge schutter zoals het voor velen van ons ook  begonnen is. Je hebt papa, en soms ook mama, bezig gezien bij de schutterij. Sommigen met een uniform aan. Vele anderen met alleen een houten geweertje. Je hebt de verhalen gehoord over hoe gezellig het ook dit jaar weer is geweest. Je hebt gehoord hoe spannend het koningschieten was. Je hebt gezien hoe blij mensen zijn als er weer een nieuwe koning was en deze op de schouders de zaal in zien dragen. Je hebt gefascineerd naar zwaaiende vendels gekeken. Je hebt met bewondering opgekeken naar grote mannen met strakke uniformen, sommige met veren er op en hoog te paard. Je hebt met verbazing gezien dat honderden volwassen mensen met een houten geweertje in een optocht lopen en dat blijkbaar helemaal geweldig vinden. Soms, heel soms heb je  wel eens stiekum gedacht van “Dat zou ik ook wel willen”.   

En dan komt het moment dat je er ook bij mag horen. Voor de meesten pas als ze 16 zijn. Maar nu ook al op jongere leeftijd. Je hoort er plotseling helemaal  bij als je ook met een houten geweer de weg op mag. Anderen worden gegrepen door het vendelvirus en verkiezen het vendel boven het geweer. Het resultaat is het zelfde. Je voelt je stoer in je eigen uniform. Je krijgt complimenten als je je best doet. Iedereen lijkt blij te zijn dat je ook mee doet. Dat geeft een goed gevoel en waarschijnlijk zijn die momenten het begin van een levenslange band met een schutterij.

Later ga je dan misschien de diepere betekenis van de schutterij als bindend element in een samenleving doorgronden. Maar op dit moment is dat nog helemaal niet belangrijk. Je hoort erbij, en dat is geweldig.

Iedereen een goed schuttersjaar 2012 toegewenst.

Jullie commandant, Frans Dieker