Op de laatste zondag van augustus begint de kermis en het schuttersfeest van Schutterij Onderling Genoegen met een plechtige hoogmis, gevolgd door de processie.

Ooggetuigeverslag processie Duiven omstreeks 1900

Een oud-inwoner van Duiven vertelde in 1949 in het streekblad Liemerse Lantaern hoe hij omstreeks 1900 de processie te Duiven had meegemaakt:

‘Geboortig uit Duiven, een der weinige uitverkoren en bevoorrechte plaatsen in ons lieve vaderland, waar een openbare sacramentsprocessie nog gehouden worden, moet ik elk jaar met genoegen en stichting terugdenken aan die zo met het dorp en mijn jeugd onverbrekelijk verbonden plechtigheid: het feestelijk "gruungemaakte" en bevlagde dorp, de processieweg om de havezate de Ploen en de Woerd met "meien" afgezet, de rustaltaren, de geur van bloemen en wierook, die ik als misdienaar uit de eerste hand had, de vele priesters in het wit en paramenten, de oude "vaandels", de fanfare, de terugkeer op de rijksstraatweg in de kom van het dorp bij het toenmalige Instituut Geubbels, de dichte kramen en kermisspullen en het laatste rustaltaar in de vestibule van het huis van "Otten de brouwer", waar pastoor Rutjes uit Angeren het "Liber Generationis Jesu Christi, filii David,
filii Abraham" met sonore stem indrukwekkend ten gehore bracht. Er is sinds de tijd, waarin ik achtmaal als misdienaar de processie meemaakte wel een en ander aan de plechtigheid veranderd en verbeterd, maar het zal wel een hoogtepunt gebleven zijn van het kerkelijk leven in de parochie.

Langs de malse weilanden van het Broek drongen door de fanfare, de gezongen liederen, het rozenkransgebed en het ruisen der peppels de klanken van de "beierende" kerkklokken.
Dat "beieren" was onze carillonbespeling. Aan "beieren" heb ik mij nooit gewaagd; ik kon wel "kleppen" en luiden en deed dat herhaaldelijk, aan het ene dikke touw van de meest gebruikte klok en soms aan de twee dunnere van de andere. Het moet omstreeks de dood van Deken Westerman of althans omstreeks 1900 geweest zijn, dat ik mijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen om eens te zien, hoe dat "beieren" in zijn werk ging. Veel indruk maakte het blijkbaar niet, al blijft mij een vage voorstelling bij van aan elkaar verbonden klepels. Drie generaties waren de Starings broedermeester. Met sjerp en staf waren zij in de stoet markante verschijningen; mede verantwoordelijk voor ordelijk verloop van de processie’.

Bron: http://theo-goossen-zevenaar.webnode.nl/news/processies-in-de-achterhoek-en-liemers/

 

Schuttersmis en processie anno nu

De Remigiuskerk loopt dan vol met geüniformeerde mensen van schutterij, harmonie, gilde, en ook met parochianen, jong en oud. Klokslag 10 uur komen de voorgangers binnen, voorafgegaan door de vendeliers en gevolgd door de schutterskoning en koningin, met het bestuur van de schutterij en het koningspaar en het bestuur van Gilde St. Remigius. Ook de burgemeester, al dan niet katholiek is er altijd bij, compleet met ambtsketting en vergezeld door zijn echtgenote. 

Nadat iedereen is ontvangen door feestelijke muziekklanken en heeft plaats genomen, spreekt de voorzitter van de schutterij het opening- en welkomstwoord. Tijdens het uitspreken van de voorbeden worden de kaarsen op de 7-armige kandelaar aangestoken door het koningspaar. De eerste lezing tijdens de mis wordt verzorgd door de hoofdcommandant van de schutterij. Daarnaast hebben diverse leden en functionarissen een rol tijdens de schuttersmis.  Zo verzorgen de commandanten de collecte, en wordt tijdens de consecratie het vendel gepresenteerd. Tijdens de viering wordt gezongen door het Dames en Herenkoor, het Middenkoor en wordt de muziek gemaakt door Liemers Harmonie Duiven.

Na de viering in de kerk wordt buiten de processie opgesteld. Het is een lange, feestelijk gekleurde stoet. De processieroute is aangegeven door gekleurde paaltjes langs de weg waaraan witrode en witgele vaantjes worden gehangen. Deze worden in alle vroegte door de buurtbewoners geplaatst. Ook staan langs de route een drietal erebogen.

De processie vindt sinds mensenheugenis plaats. Bronnen vermelden dat al voor het jaar 1848 de processie werd gehouden. Vroeger waren de tuinen van de huizen waar we langs trokken versierd, dat is nu wat minder geworden. In de loop van de geschiedenis is een veel groter dorp gegroeid, met niet meer alleen de autochtone bevolking. Het landschap is minder agrarisch als weleer, een snelweg onderbreekt de uitgestrekte velden. Toch zijn we, net als toen, nog steeds afhankelijk van zon, wind en regen voor het gewas en het vee. Tijdens de processie wordt er gebeden om de zegen voor het gewas. 

Het meest belangrijke in de processie is het Allerheiligste, wat onder een baldakijn wordt gedragen door priestervoorgangers. Het geheel wordt nog steeds voorafgegaan door kleine bruidjes in het wit, die bloemblaadjes uitstrooien. Er zijn rustaltaren, 4 haltes waar stil wordt gehouden. Er is daar zang, een lezing en gebed. Daarna wordt op die plek de zegen met het Allerheiligste gegeven aan alle aanwezigen, pelgrims en kijkers. Tijdens de zegen verzorgt Gilde St. Remigius het signaal, presenteren alle vendeliers hun vendels en nemen leden van de schutterij de geef-acht houding aan. Opvallend is het respect en de stilte, ook van de mensen die aan de kant staan en niet mee lopen. 

Na het laatste rustaltaar lopen we terug naar de parochiekerk. Daar wordt in een overvolle kerk uit volle borst Te Deum in het Latijn gezongen en nogmaals de zegen gegeven. De plechtigheden worden afgesloten met het door alle aanwezigen zingen van het lied ‘U zij de glorie”, begeleidt door de muziekkorpsen van Liemers Harmonie en Gilde st. Remigius, een bijzonder en indrukwekkend moment. De pastoor spreekt een dankwoord en wenst iedereen een “plezierige kermis”. Op het plein voor de kerk wordt dan nog gevendeld voor de pastores. Pas daarna gaan de kermisattracties open. Veel mensen gaan dan naar huis want kermis is vanouds een familiefeest. Ouders, grootouders, ooms en tantes worden uitgenodigd en uitwonende of getrouwde kinderen met hun kleinkinderen komen naar het ouderlijk huis om samen te eten; op het kermismenu staat het traditionele ‘soep en slaatje’. In het CCOG begint het frühschoppen, en onder het genot van een drankje wensen de aanwezigen elkaar een plezierige kermis.